Hoe maak je een strip?
Leer stap voor stap een strip tekenen voor beginners
Wil je leren hoe je een strip maakt? Een leuke strip tekenen begint met een goed idee, een paar eenvoudige tekenmaterialen en een beetje oefening. In deze uitleg leer je stap voor stap hoe je een stripverhaal maakt: van de eerste schets tot de afgewerkte strip.
Stap 1: Kies de juiste tekenmaterialen voor je strip
Eerst zoek je de juiste spullen. Een HB-potlood, een gum, een liniaal en een puntenslijper zijn een goed begin. Als je die hebt, pak je er ook een 2H-potlood en een 2B-potlood bij.
Een 2H-potlood is harder en maakt lichtere lijnen. Dat is handig voor je eerste schets, omdat je de lijnen makkelijk kunt uitgummen. Een HB-potlood is wat zachter en donkerder. Dat gebruik je bijvoorbeeld om je tekening duidelijker over te trekken. Een 2B-potlood is nog zachter en donkerder. Daarmee kun je accenten en schaduwen maken.
Je kunt deze potloden ook later nog gebruiken als je ze nodig hebt.
Stap 2: Gebruik het juiste papier voor striptekenen
Zoek daarna het juiste papier. Gewoon tekenpapier is een goed begin. Zorg ervoor dat het papier niet te dun is, zodat je goed kunt gummen zonder dat het scheurt.
Stap 3: Bedenk eerst een idee voor je stripverhaal
Een goede strip begint met een idee. Bedenk eerst wat er gebeurt, wie erin voorkomt en wat de grap of het verhaal is.
Teken op een vel papier snel een kader. Daar ga je in tekenen. Teken de figuurtjes eerst eenvoudig. Een rondje als hoofd en lijntjes als armen en benen is genoeg om te beginnen. Teken wel oogjes en een mond.
Denk na over het volgende: wat zeggen ze en wat doen ze? De poppetjes bewegen niet echt, dus zorg ervoor dat ze eruitzien alsof je een foto van een moment hebt gemaakt. Eén beeld zegt vaak al genoeg.
Loopt het poppetje of zit het op een stoel? Teken je stokmannetje of stokvrouwtje niet alleen van voren, maar probeer het ook eens van de zijkant te tekenen.
TIP!
Vind je het moeilijk om een grap te bedenken? Pak dan bijvoorbeeld een paar Playmobil-poppetjes en speel de grap na. Zet ze neer zoals in een strip en kijk wat er gebeurt.
Dat helpt ook bij het tekenen, want je ziet beter hoe de poppetjes moeten staan en wat ze aan het doen zijn.
Stap 4: Schrijf teksten en teken tekstballonnen
Schrijf in kleine letters boven het plaatje wat ze zeggen. Zeggen ze iets? Schrijf het dan op. Zeggen ze meer dingen? Omcirkel de tekst dan en teken een pijltje naar het personage dat het zegt.
Let ook op de volgorde van je stripvakjes. De lezer moet makkelijk kunnen zien welk plaatje eerst komt en welk plaatje daarna. Meestal lees je een strip van links naar rechts en van boven naar beneden.
Stap 5: Maak een korte grap in drie of vier stripvakjes
Een stripgrap werkt vaak het beste als hij kort is. Teken de grap in drie of vier vakjes. Maak er geen uitgebreid verhaal van.
Bijvoorbeeld:
Plaatje 1: Mam loopt naar haar auto.
Plaatje 2: "Hè, ik ben mijn sleutels vergeten!" zegt mam verschrikt.
Plaatje 3: Mam loopt terug naar de voordeur.
Plaatje 4: "Dan kan ik dus niet meer naar binnen," zegt mam terwijl ze op haar hoofd krabt.
Je kunt ook geluiden tekenen in je strip. Bijvoorbeeld: BOEM!, PATS! of ZUCHT.... Met kleine lijntjes kun je laten zien dat iets beweegt, zoals een rennend poppetje of een vallend voorwerp.
Stap 6: Maak eerst een schets van je strip
Oké! Je schets is af. Maar nu de echte versie.
Teken op een nieuw vel papier eerst een mama. Gewoon om te oefenen. Teken daarna een auto. Doe er niet te lang over, het is nog steeds een schets.
Bedenk ook hoe haar gezicht eruit moet zien. Is ze boos, verdrietig, vrolijk of twijfelend? Dat maakt veel uit voor een strip. Met een gezichtsuitdrukking kun je al veel laten zien, zonder dat iemand iets hoeft te zeggen.
Stap 7: Leer van andere striptekenaars
Kijk, als je er niet uit komt, maar eens wat andere striptekenaars doen. Iedereen heeft wel trucjes. Sommige tekenaars maken helemaal geen kader, of gebruiken alleen een lijn.
Teken rustig de poppetjes. Teken eerst de lichamen en daarna pas de gezichtjes. Dan passen ze beter.
Handjes en voeten zijn moeilijk. Die teken je soms ook niet helemaal. Soms zie je een plaatje met alleen een hoofd en schouders.
Stap 8: Maak je strip duidelijker met achtergrond en herkenbare figuren
Denk ook aan de dingen om de poppetjes heen. Een achtergrond vertelt ook een stukje van het verhaal. Een deur, stoel, boom of auto kan al genoeg zijn om te laten zien waar ze zijn.
Maak je poppetjes herkenbaar. Geef ze bijvoorbeeld een ander kapsel, andere kleding of iets anders wat bij ze past. Dan weet je meteen wie wie is.
Probeer ook eens andere standpunten. Niet elk plaatje hoeft van voren. Een plaatje van de zijkant, van ver weg of juist heel dichtbij maakt een strip vaak leuker.
Stap 9: Teken de nette versie van je strip
Dan ga je op een ander vel de nette versie maken. Teken eerst een stripkader met vakjes. Zo weet je hoe groot de plaatjes moeten worden.
Teken daarna de geschetste plaatjes opnieuw, maar dan net wat mooier. Denk er ook aan dat de tekst nog in het vakje moet passen, het liefst in een tekstballonnetje. Er is dus niet veel ruimte, hè?
Stap 10: Werk je strip af met potlood, pen en kleur
Als je tevreden bent met je tekening, kun je de lijnen duidelijker maken met een HB-potlood of een zwarte fineliner (tekenpen). Je kunt de tekening ook accentueren of schaduwen met een 2B-potlood.
Heb je de strip klaar, dan kun je hem inkleuren. Maar doe dat alleen als je er tijd en geduld voor hebt. Een tekening in zwart-wit is ook heel mooi. Inkleuren is namelijk weer een vak apart.
Stap 11: Oefenen en feedback krijgen op je strip
Maak je geen zorgen als iets niet meteen lukt. Ook striptekenaars maken veel schetsen voordat ze tevreden zijn. Juist door te oefenen word je steeds beter.
Als je wat geoefend hebt, laat de strip dan aan iemand anders zien. Verwacht niet dat ze hardop gaan lachen. Luister vooral naar wat ze ervan vinden.
Een stripverhaal teken je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de lezer. Het is belangrijk dat ze de grap begrijpen en de strip leuk getekend vinden.